De laatste tijd voel ik hoeveel er in mijn professionele leven beweegt. Nieuwe onderzoeken, nieuwe tools, nieuwe manieren van werken. Ik blijf studeren, ontdekken en verschillende therapeutische vormen met elkaar verbinden. Niet om steeds méér te verzamelen, maar juist om dichter bij de essentie te komen: wat heeft deze mens, op dit moment, in dit proces nodig? Dat maakt me enorm creatief. Het geeft me vreugde om mensen te begeleiden en zelf te blijven groeien.
En tegelijkertijd ben ik moeder. Ook daar ligt een groot deel van mijn leven.
Als zelfstandig moeder draag ik veel alleen: werken, zorgen, organiseren, aanwezig zijn, grenzen stellen, luisteren, beslissingen nemen. Daarnaast probeer ik ruimte te bewaren voor mezelf, voor rust, voor ontwikkeling en voor alles wat mij als vrouw voedt.
Sommige dagen stroomt dat bijna vanzelf. Andere dagen voel ik hoe zwaar het kan zijn wanneer zoveel rollen samenkomen in één persoon. En juist op die momenten komt een oude herinnering bij mij terug.
Toen zorgen nog meer gedeeld werd
Ik groeide op in een gemeenschap waarin veel vrouwen rondom mij aanwezig waren. Als kind zag ik hoe vrouwen uit mijn familie en andere vrouwen elkaar hielpen. Hoe ze samenkwamen, spraken, luisterden en mee zorgden. Als kind voelde het daardoor alsof ik niet alleen één moeder had. Er waren verschillende vrouwen, tantes en vertrouwde mensen bij wie ik terechtkon. Er was een groter geheel.
Nu ik zelf moeder ben, begrijp ik pas hoe waardevol dat was. Want vandaag vraag ik me soms af: wanneer zijn we zoveel alleen gaan dragen?
We zijn zelfstandiger geworden. Onze levens zijn drukker. We werken, zorgen, plannen, ontwikkelen onszelf en proberen onze kinderen hun weg te laten vinden in een wereld die voortdurend beweegt. We kunnen digitaal bijna altijd met elkaar verbonden zijn, en toch kan echte nabijheid ontbreken.
Misschien hebben we niet alleen behoefte aan meer individuele kracht. Misschien hebben we opnieuw plekken nodig waar we elkaar werkelijk ontmoeten.
Niet alles hoeft opgelost te worden
Dat verlangen ligt ook aan de basis van mijn vrouwencirkels. Ik wil geen plek creëren waar vrouwen elkaar vertellen hoe het leven moet. Ik verlang naar iets eenvoudigers:
- Een plek waar je even kunt zitten.
- Waar je kunt spreken wanneer je wilt spreken en stil kunt zijn wanneer woorden niet nodig zijn.
- Waar een andere vrouw naar je luistert zonder je onmiddellijk te willen veranderen.
Soms herken ik mezelf ineens in het verhaal van iemand anders. Een zin raakt iets wat ik zelf nog niet onder woorden had kunnen brengen. En daar ontstaat verbinding. Niet omdat we allemaal hetzelfde meemaken, maar omdat we elkaar even werkelijk ontmoeten.
Terug naar iets eenvoudigs
Ook de natuur brengt mij steeds terug naar die eenvoud. Niet omdat ieder natuurelement een betekenis moet krijgen. De wind hoeft niet voor vrijheid te staan. De aarde hoeft niet iets te symboliseren. Water hoeft ons niet te vertellen wie we zijn.
Misschien mogen we een element opnieuw ontmoeten voordat we er menselijke betekenissen op leggen. Wind mag gewoon wind zijn:
- Koud tegen onze wangen in de winter.
- Een beweging door kale takken.
- Een geluid dat verschijnt en weer verdwijnt.
- Lucht die we niet kunnen vasthouden en toch op onze huid kunnen voelen.
Misschien zit juist daarin iets kostbaars: opnieuw waarnemen wat er werkelijk is. Even uit onze gedachten, onze rollen en onze snelheid komen en voelen: Ik ben hier.
Samen dragen
Voor mij gaat verbinding daarom niet over afhankelijk worden van elkaar. Het gaat over herinneren dat zelfstandigheid en verbondenheid naast elkaar mogen bestaan:
- Dat ik sterk kan zijn en toch iemand nodig kan hebben.
- Dat ik moeder kan zijn en daarnaast vrouw mag blijven.
- Dat ik professioneel kan groeien en tegelijkertijd moe mag worden van alles wat ik draag.
- En dat we onze kinderen misschien iets wezenlijks meegeven wanneer zij zien dat mensen niet gemaakt zijn om alles afzonderlijk te dragen.
Daarom wil ik blijven bouwen aan ontmoetingen tussen vrouwen. Niet alleen om samen te helen, maar om opnieuw iets van gemeenschap te creëren:
- Voor onszelf.
- Voor elkaar.
- En misschien ook een beetje voor de wereld waarin onze kinderen verder zullen leven.
Want misschien hoeven we niet nóg sterker te worden. Misschien mogen we opnieuw ontdekken hoe kracht voelt wanneer we haar met elkaar delen.
